| 1981: Een camera van Studio Sport legt de wedstrijd tegen FC Den Haag vast. |
(Nationaal Archief/Anefo, Fotograaf: Hans van Dijk, CC0)
| 1981: Een camera van Studio Sport legt de wedstrijd tegen FC Den Haag vast. |
(Nationaal Archief/Anefo, Fotograaf: Hans van Dijk, CC0)
“Jacobs kwam tijdens dat jaar naar me toe en zei: 'Kijk Peet, ik heb hier elf namen staan. Als ik die aan die ouwe Kraay laat zien, zegt-ie: 'Ik had het toch anders gedaan'. Peet, als ik jouw naam dan weglaat, zegt-ie: 'Ja, dat ziet er beter uit'. Maar Peet, ik heb er schijt aan. Jij speelt gewoon'.”(Hand in Hand, December 2015, p.29)
“Hij was niet alleen een geweldige trainer en coach, maar ook een wonderdokter. Al was zijn manier om blessures te behandelen gevreesd. Hij smeerde je in met een soort olie. Dat deed vreselijk pijn, maar het hielp wel. Hij was heel hard, maar een geweldig mens.”(Hand in Hand special Cor van der Gijp, 2021, p.5)
| 1974: Wim Jansen en Peter Ressel breken door tegen FC Twente. |
(Nationaal Archief/Anefo, Fotograaf: Rob Mieremet, CC0)
“Echt hoor, ik maakte de tiende en de scheidsrechter floot. Waarvoor? Ik liep langs hem en hij gaf het meteen toe: 'Ja, het klopt, ik maakte een fout, maar je hebt er toch genoeg gescoord.' Dat zit me nog altijd dwars.”(Hand in Hand Special, Februari 2017, p.3)
“Een unieke speler. Hij rommelde zich er altijd langs en prikte de bal erin. Ik kon heel goed met hem opschieten, we kwamen ook bij elkaar op de verjaardag.”(Feyenoord Magazine, 9e jaargang, Nummer 6, Januari 2016, p.34)
| 1978: Uit tegen PSV zwaait Nico Jansen vrolijk naar de scheidsrechter. |
(Nationaal Archief/Anefo, Fotograaf: Hans Peters, CC0)
“Ik kan me nog de conditietrainingen van Ben Peeters herinneren, in een tent die in de winter als overkapping over het trainingsveld heen was gezet. We moesten lopen, lopen... We waren kapot, maar het hielp. In zijn laatste seizoen wonnen we de dubbel. Een jaar later kon Happel daar op voortborduren, hij kwam in een gespreid bedje terecht. De basis van het succes van 1970 is mijn ogen gelegd door Ben Peeters.”(Feyenoord Magazine, 10e jaargang, Nummer 10, Mei 2017, p.36)
“Nee, ik heb nooit veel gewonnen met Feyenoord. Ja, alleen de Zilveren Bal. En één keer de toss.”(Feyenoord Magazine, 6e jaargang, Nummer 11, Juni/Juli 2013, p.45)
“Balletenkels. Bij het Nederlands jeugdelftal zeiden ze dat ik er nooit het betaalde voetbal mee ging halen. Ik zwikte er al doorheen als ik op een kiezeltje stond. Zonder tape om mijn enkels voetballen was onverantwoord. Wat het toch misgegaan, dan zette dokter Abarbanel er een spuit in. Hem noemden we de speerwerper. Je hoefde alleen maar te hoesten of je had al een spuit in je kont zitten.”(Feyenoord Magazine, 9e jaargang, Nummer.3, Oktober 2015)
“Toen ik József Kiprich voor het eerst zag, dacht ik dat hij de buschauffeur was. Hij bleek mijn concurrent en een hele goede spits.”(Voetbal International, 27 mei 2020)
| 1972: Dick Schneider ziet hoe WIm Jansen een MVV'er zijn hielen laat zien. |
(Nationaal Archief/Anefo, Fotograaf: Rob Mieremet, CC0)
“Toen ik in 1957 bij Feyenoord kwam, was de ploeg niet in balans, maar in de jaren die volgden, ging het steeds beter. Het was niet mijn beste besluit om na drie jaar te vertrekken bij Feyenoord. Bij Saint-Étienne ging het niet zo goed, terwijl Feyenoord juist twee jaar op rij kampioen werd. Achteraf ben ik blij dat ik in elk geval heb meegewerkt om het team op een hoger niveau te krijgen.”(Feyenoord Magazine, 10e jaargang, nummer 7, februari 2017)
Toen Piet Romeijn in 1962 de kans kreeg om voor Feyenoord te tekenen, hoefde de rechtsback van SVV niet lang na te denken. “Ik kon ook naar Sparta, PSV en GVAV, maar toen ik hoorde dat Feyenoord mij wilde hebben, was het snel geregeld,” aldus de Schiedammer. “Het grote Feyenoord, daar wilde ik heen. Dat was mijn wens. Ik kwam als opvolger van Gerard Kerkum en heb eerst nog een seizoen in het tweede gespeeld. Daarna kwam ik erin en ben ik er eigenlijk nooit meer uitgegaan.”
In december 1969 had Romeijn inmiddels een indrukwekkend CV bij elkaar gespeeld. Niet alleen had hij deel uitgemaakt van het team dat in 1965, als eerste in de Nederlandse voetbalgeschiedenis, de dubbel had weten te winnen, maar in 1969 had hij dat indrukwekkende staaltje nog eens herhaald. Ook had hij zijn debuut gemaakt in het Nederlands elftal en vier interlands gespeeld.
“Voorafgaand aan de kampioenswedstrijd in 1999 reed ik vanuit mijn woonplaats Utrecht naar De Kuip. Onderweg zag ik bij elk benzinestation mensen met Feyenoord-vlaggen en -sjaals.”(Feyenoord Magazine, 10e jaargang, nummer 7, februari 2017, p.36)
| 1967: Willem van Hanegem lost een schot tegen FC Utrecht. |
(Nationaal Archief/Anefo, Fotograaf: Rob Mieremet, CC0)
“Ik had hier nooit weg moeten gaan. In 1973 kon ik voor drie seizoenen bijtekenen. Ik deed het niet, zag er niets in de kinderen elke dag van Rotterdam naar de internationale school in Den Haag te brengen. Het werd terug naar Oostenrijk. Terug naar huis zou je zeggen, maar het was de grootste fout die ik ooit gemaakt heb. Bij Feyenoord zat ik op de top van mijn leven. Ik had Rotterdammer moeten worden.”Bron: Feyenoord Magazine, 11e jaargang, Nummer 4, November 2017, p.24
Je hebt het als trainer van Feyenoord niet altijd even makkelijk. Zeker niet als de club onder druk staat vanwege tegenvallende prestaties. Los van alle ideeën en verwachtingen die de buitenwereld koestert, krijg je dan ook binnen de club vaak te maken met allerlei mensen die willen dat je zaken anders aanpakt. Zelfs iets dat toch echt puur de taak van een trainer lijkt, zoals het maken van een opstelling, is in zo'n situatie niet onproblematisch. Welke beslissing je ook neemt, er is altijd wel iemand die het er niet mee eens is. Zijn het niet spelers die buiten de boot vallen, dan is er wel een voorzitter of technisch directeur, die het beter denkt te weten.
Rob Jacobs had als trainer van Feyenoord zo zijn eigen manier om met dat soort situaties om te gaan. Jacobs had al het nodige meegemaakt als trainer. Hij had zich met Excelsior vier seizoenen lang in de Eredivisie weten te handhaven en met Roda JC de finale van de KNVB-beker weten te bereiken. Ook de keerzijde van de medaille had hij ervaren, toen hij bij FC Groningen tijdens een teleurstellend seizoen ontslagen werd. Het soort druk waar Jacobs bij Feyenoord mee te maken kreeg was echter van een geheel andere orde.
“Ze zeiden: Henk Bijl, dat is een showkeeper. Niet dat ik daar boos om werd hoor, maar dat was gewoon niet waar. Je denkt toch niet dat een keeper ook maar de tijd heeft om te denken: "Nou ga ik eens mooi naar die bal toe"? Dat was gewoon mijn stijl van keepen.”Bron: Het Vrije Volk, 17 april 1973, p.9