10 maart 2017

Het symbool van een falend jeugdbeleid

Anthony Lurlings debuut in de eredivisie was indrukwekkend. Hij scoorde in het seizoen 1999/2000 voor Heerenveen 18 doelpunten, en dat als linksbuiten. Maar het trucje dat hij daarbij gebruikte, als rechtsbenige speler vanaf de linkerflank naar binnen trekken en dan uithalen, was twee jaar later min of meer uitgewerkt. Verdedigers hielden rekening met Lurlings speelwijze en zo bleef hij in het seizoen 2001/2002 steken op een schamele 6 doelpunten.

Embed from Getty Images
Lurling aan de bal tegen Real Madrid

23 februari 2017

Over Feyenoord gesproken...

Wim Jansen over zijn salaris als speler:

Bij mijn eerste contractje - ik was zestien - kreeg ik dertig gulden per week. Vast, zonder premies. Op mijn zeventiende werd dat veertig gulden, een jaar later vijftig. Je wist van niets. Pas toen Cor Coster mij ging begeleiden, ging ik goed verdienen. Maar je hoort mij niet klagen. Ik ben niet binnen, maar is dat dan zo erg? Geld is niet het belangrijkste in het leven.

Bron: Nederlof, De Feyenoorders, 28

19 januari 2017

De omhaal van de Tank

Theo Laseroms leeft voort in de herinnering als de onverzettelijke mandekker die samen met Rinus Israel het verdedigende fundament vormde van het team dat Feyenoord in 1970 de Europacup schonk. De Tank was de veelzeggende bijnaam die zijn meedogenloze spel hem opleverde. Van zijn scorend vermogend moest Laseroms het niet hebben.

De 5 goals die Laseroms in zijn 156 optredens namens Feyenoord wist te scoren, mogen zelfs voor een centrumverdediger toch wel een wat schamel aantal heten. Ter vergelijking: zijn verdedigingspartner Israel maakte 27 doelpunten in de 264 wedstrijden die hij voor Feyenoord speelde.

19 december 2016

Over Feyenoord gesproken...

Ruud Gullit over zichzelf als trainer:

Over mezelf zeggen wat voor een type trainer ik ben, vind ik moeilijk. Ik ben van alles wat, maar heb een eigen persoonlijkheid. Privé ben ik heel rustig, op het veld heel strikt. Er moet een bepaalde discipline zijn.

Bron: Spits, 30 mei 2005

3 december 2016

Het sprookje dat niet uitkwam

Leonardo Vitor Santiago werd voor het eerst onder de aandacht van voetbalminnend Nederland gebracht, toen hij als 11-jarige in 1994 samen met zijn vriendje Anselmo door de Nederlandse documentaire-maker Jos de Putter ten tonele werd gevoerd in de film ‘Solo, de wet van de Favela’. Centraal stond de droom van het tweetal om via een carrière als profvoetballer aan de sloppenwijken van Rio de Janeiro te ontsnappen. Overduidelijk was dat Leonardo een balkunstenaar in de dop was.

Embed from Getty Images
Leonardo in actie tijdens de UEFA-Cup finale van 2002

9 oktober 2016

Over Feyenoord gesproken...

Jorien van den Herik over de professionalisering van het bestuur:

Een clubbestuurder in het betaalde voetbal moet iets doen, bij voorkeur ook iets toevoegen. Voor salon-bestuurders is geen plaats meer. Ik geloof niet meer in het blazer-kolonialisme dat op zondag begint en ook op zondag weer ophoudt. (...) Ik besef heel goed dat niet alle bestuurders in staat zijn om ongereduceerd hun tijd te geven aan het voetbal, maar dan moet je zo’n functie ook niet ambiëren.

Bron: VI 1993, nr. 10, blz 8

15 september 2016

De slungelige topkeeper uit Gouda

De van stadsgenoot Sparta afkomstige Ed de Goey zag zich in 1990 geconfronteerd met de ondankbare taak om Joop Hiele te doen vergeten. De meeste fans hadden er weinig vertrouwen in. Dat bleek ten onrechte te zijn, want qua uiterlijk en persoonlijkheid mocht De Goey dan wel de absolute tegenpool van zijn voorganger zijn, qua talent deed hij niet of nauwelijks voor hem onder.

Embed from Getty Images
Ed de Goey in actie tegen CSKA Moskou voor de UEFA-Cup in 1996

17 juli 2016

Over Feyenoord gesproken...

Ronald Koeman over de trainer Willem van Hanegem:

Eigenlijk was zijn assistent, Geert Meijer, de trainer. Van Hanegem was meer de oud-speler die eromheen liep en observeerde. Het veldwerk liet hij aan Geert over. Maar Van Hanegem was altijd met voetbal bezig. Hij kon alleen maar over voetbal praten. Dat vond ik natuurlijk ook leuk. Ik heb ook Cruijff meegemaakt en die was eigenlijk in dat opzicht hetzelfde. Deze mannen waren meer de ervaren oud-voetballers dan trainers. Hun coaching was heel erg op de details gericht en daar hebben vooral jonge spelers veel meer aan.

Bron: Hand in Hand, nummer 2 - oktober 2012, blz 10

19 juni 2016

Feyenoord en zijn Denen

Met Nicolai Jørgensen trekt Feyenoord deze zomer weer eens een Deen aan. Maar liefst twaalf van zijn landgenoten betraden eerder namens de Stadionclub het veld in een officiële wedstrijd. Feyenoord en zijn Denen, het lijkt een goed huwelijk. Ga maar na: zowel bij het winnen van de UEFA-Cup in 1974 als bij het winnen van die beker in 2002 stond er een Deen in de basis en ook in de teams die het laatste landskampioenschap, in 1999, en de laatste dubbel, in 1984, wonnen was er een Deen basisspeler.

Een aantal Denen heeft met hun sterke spel dan ook zonder meer een plek in de clubgeschiedenis veroverd. Zo was er Jørgen Kristensen, die in 1972 de ondankbare taak had om clublegende Coen Moulijn op te volgen, en dat heel wat beter deed dan de reeks mislukte opvolgers van die andere clublegende: Ove Kindvall. Dan was er Ivan Nielsen, de onverstoorbare centrumverdediger die begin jaren tachtig een ijzersterk verdedigingsduo vormde met Michel van de Korput. En er was natuurlijk Jon Dahl Tomasson, de schaduwspits die vier seizoenen lang de ruimte achter eerst Julio Cruz en later Pierre van Hooijdonk bespeelde.

9 juni 2016

Over Feyenoord gesproken...

Kindvall over de tactische aanwijzingen van Happel:

In een periode waarin ik niet draaide, liet ik me naar het middenveld zakken om de bal op te halen. Ik had het gevoel dat ik niet goed werd aangespeeld en wilde werklust tonen. Happel reageerde bijna kwaad. Ik was niet aangetrokken om te zwoegen, maar om te scoren. Ik moest in de punt blijven en mijn hersenen gebruiken.

Bron: Nederlof, De Feyenoorders, 41